Gevangen

‘Mijn man wil me vermoorden’, zegt ze met een vlakke stem en een angstige blik in haar ogen.
Marian had in het kennismakingsgesprek met haar en haar man kennelijk zo’n sfeer weten te scheppen dat de vrouw kort daarna een tweede gesprek wilde. Nu begreep ze waarom. Ze moest dit kwijt aan iemand. De mededeling van zo’n zachtaardige vrouw valt rauw op haar dak.
‘Mijn man is gek. Hij slaapt niet of nauwelijks. Hij heeft een verstoord dag-/nachtritme. Als ik en de kinderen slapen, kijkt hij televisie die hard aan staat. Overdag moeten wij stil zijn, omdat hij wil slapen. Hij ontwricht met zijn manier van leven ons gezin’, legt ze uit.
Daarna komt het hoge woord eruit.
‘Hij is verslaafd aan de drugs en de slaappillen. Al meer dan tien jaar.’
‘Wat is de oorzaak van zijn verslaving?’, vraagt Marian voorzichtig.
‘Als jonge twintiger is hij vanachter het hakblok van de slagerij gehaald door de bevelhebbers van Sadam Hussein. Hij moest het leger in, vechten. Hij wilde niet, maar werd gedwongen. Hij heeft mensen vermoord. Hij kon het niet mensen doden. Op enig moment is hij gevlucht, maar in zijn vlucht is hij opgepakt, gevangen genomen en gemarteld.’
Terwijl zij haar verhaal bij stukjes en beetjes vertelt, knikt Marian af en toe om aan te geven dat ze bij de les is, dat ze luistert en hoort wat haar cliënt zegt. Het komt rechtstreeks haar hart binnen. Haar ogen voelt ze vochtig worden. Wat heeft ze te doen met deze lieve vrouw. Ze is oprecht, dat voelt ze wel. Haar cliënt schept een wereld die Marian alleen kent uit de krantenberichten en documentaires.

‘Er is betaald om hem vrij te krijgen. Om niet opnieuw in de handen van Saddam Hussein te vallen, zijn we op de vlucht geslagen. We hebben ons schuil gehouden in de bossen, grotten en hutten. Soms waren we met anderen, maar meestal met z’n tweeën. We hebben onder vrachtwagens gehangen om van het ene in het andere land te komen. Na twee maanden zwerven door Europa belandden we in Nederland. Daar kwamen we pas na een aantal dagen achter. We hebben in verschillende asielzoekerscentra gewoond …’
Er valt een stilte.
Marian doorbreekt de stilte door haar vraag over de verslaving te herhalen.
‘Hij kan de beelden van de martelingen en van de vermoorde mensen niet vergeten. Dag en nacht draagt hij die beelden bij zich, voelt hij de pijn. Hij voelt zich schuldig. De drugs en slaappillen helpen hem die beelden even vergeten.’
Haar man had tijdens het kennismakingsgesprek nogal een lome en luie indruk bij haar achtergelaten. Hij leek volkomen onaanspreekbaar. Lethargisch. Door dit verhaal begrijpt ze meer van het waarom.
‘Als ik hem wat vraag, wordt hij kwaad, agressief. Hij wil niets en doet niets. Ik wil zo niet langer verder. Ik heb dit vijftien jaar gedaan, ook omdat zijn familie wilde dat ik bij hem bleef. Zelf heb ik hier niemand. Maar nu kan ik kan niet meer! Onze kinderen wil ik dit niet langer aan doen. En mezelf ook niet. Ik ben net veertig geworden en wil wat van mijn leven maken. Als ik hierover voorzichtig begin, bedreigt hij me, zegt hij dat hij me beter in Nederland kan vermoorden dan in Irak. In de gevangenis hier is hij beter af. Er is een goede verzorging en straffen worden zelden of nooit uitgezeten … Onder zijn bed ligt al een mes …’

Neem contact op

Telefoon

T 0592-340806
M 06-29372534

Email

info@boekentekstsupport.nl

Adres

Buitenes 35 b, 9407 CS Assen

  • This field is for validation purposes and should be left unchanged.